Op deze pagina treft u een inleidend verhaal aan over de ontwikkeling van
de villaparken in De Bilt/Bilthoven.
Wilt u direct informatie over een bepaalde villa, ga
dan hier naar het register.
De ontwikkeling van de villaparken in Bilthoven begon omstreeks 1900. Dat had vooral te maken met de aanleg van de spoorweg, die dwars door het bos- en heidegebied werd aangelegd tussen Utrecht en Amersfoort. In 1863 kwam er op nadrukkelijk verzoek van de bewoner van het landgoed Jagtlust, jhr. Van den Bosch, een halteplaats. Hij had de grond waarop het station gerealiseerd moest worden kosteloos beschikbaar gesteld en daarbij bedongen dat de treinen in beide richtingen zowel 's ochtends als 's avonds bij de halteplaats zouden stoppen. De halteplaats kreeg de naam Station De Bilt. Naarmate de frequentie van de treinenloop toenam, mede door de aanleg van twee nieuwe spoorlijnen (naar Baarn en Zeist), werd het aantrekkelijk, vooral voor de meer welgestelden, zich op de hoge droge zandgronden te vestigen. De arme grond was goedkoop doordat deze onaantrekkelijk was voor landbouw en veeteelt. Men kon gezond buiten wonen en in de stad werken. Het begrip forenzen werd een feit. De villaparken kregen een groen aanzien en deden denken aan de Engelse landschapsparken. Men ontwierp grotendeels kronkelige lanen, meestal zonder aparte voetpaden.
In 1898 werd in Utrecht de 'Maatschappij tot Exploitatie van bouwterreinen aan het Station De Bilt' opgericht. In 1900 werd de benodigde grond aangekocht, voornamelijk van de eigenaar van Jagtlust. De eerste villa's werden gebouwd langs de Soestdijkseweg ten zuiden van de spoorlijn. Die villa's (o.a. Soestdijkseweg-Zuid 262-280) maakten deel uit van het Park Vogelzang, dat gelegen was ter weerszijden van de Soestdijkseweg en aan de noordkant begrensd werd door de spoorlijn. Aan de oostkant werden de Vinkenlaan, Nachtegaallaan, Merellaan en Boslaan aangelegd en aan de westkant de Prins Hendriklaan, Spoorlaan, Kruislaan, Middellaan, Jachtlaan en Kortelaan. De naamgeving van de wegen werd door B. en W. vastgesteld op 24 juli 1903. Tot 1907 werden er alleen grote villa's ontworpen op grote percelen. Later ging men over tot wat kleinere types die op kleinere kavels werden gerealiseerd.
Ten zuiden van de Utrechtseweg waren bouwexploitanten rond 1900 begonnen met de bouw van villa's op een deel van de voormalige buitenplaats Het Klooster. De naam van dat park, Kloosterpark, verwijst niet alleen naar dat landgoed, maar ook naar het daar gelegen hebbende Vrouwenklooster. Otto Schulz was de ontwerper van het villapark, dat een combinatie werd van grote villa's en kleinere woningen. De naamgeving van de wegen werd ook op 24 juli 1903 vastgesteld. Het betreft de Wilhelminalaan, de Emmalaan en de Oude Bunnikseweg, die toen een onderdeel was van de als Bunnikseweg aangeduide weg. Op de hoek van de Oude Bunnikseweg en de Wilhelminaweg werd in 1903/1904 een dubbelvilla gebouwd. De villa's kregen de namen 'Djoe-Rang' en 'Villa Rosenegg'. De ook in het Kloosterpark gelegen Prinsenlaan en Kloosterlaan kregen op 17 oktober 1905 officieel hun naam.
Na 1910 werden er villaparken ten noorden van de spoorlijn gerealiseerd. De naamgeving van de daarin gelegen wegen werd op 28 juli 1911 vastgesteld. In Park Ensah (groot 14 ha), gelegen net boven het spoor aan de oostkant, was als eerste villa Ensah gebouwd. De wegen kregen de namen Marislaan, Mesdaglaan en Mauvelaan. Deze namen zouden in 1925 veranderd worden in respectievelijk Bilderdijklaan, Hasebroeklaan en Tollenslaan. In Park De Biltsche Duinen (groot 33 ha) kwamen de Rembrandtlaan, Rubenslaan, Van Dijcklaan, Van Ruysdaellaan, Van Ostadelaan en de Jan Steenlaan en in Park Drakenstein (groot 22 ha) de Beetslaan, Bilderdijklaan, Genestetlaan, ten Katelaan, da Costalaan en de Laurillardlaan.
De ontwikkeling zette zich in noordelijke richting voort. Op 19 maart 1918 nam de raad van de gemeente De Bilt het besluit tot naamgeving van de wegen gelegen in het te ontwikkelen Oosterpark. De bouw van villa's in dit villapark ging wel van start, maar het naamgevingsbesluit werd echter op 8 november 1923 ingetrokken. Tijdens die vergadering werd besloten de wegen in het Oosterpark de navolgende namen te geven: Lassuslaan, Sweelincklaan, Wagnerlaan, Obrechtlaan, Mozartlaan, Verhulstlaan en Strausslaan. De Beethovenlaan, die aanvankelijk ook op 19 maart 1918 benoemd werd, kreeg bij besluit van B. en W. d.d. 9 november 1926 opnieuw haar naam.
Op 24 juli 1919 werd de naamgeving vastgelegd van de wegen in het Park Ridderoord. Het betrof de Rembrandtlaan, het Rembrandtplein, de Frans Halslaan, Hobbemalaan, Vermeerlaan, het Vermeerplein, de Albert Cuyplaan, De Hooghlaan, Sparrelaan, Van Goyenlaan, Beetslaan, Gezichtslaan en de Ridderoordlaan. Bij hetzelfde besluit waarin de Beethovenlaan herbenoemd werd, werd de naam Ostadelaan vastgelegd, dit ter vervanging van de Sparrelaan en de Ridderoordlaan.
Ook ten zuiden van de spoorlijn ontwikkelde zich nog een villapark, gelegen tussen de Soestdijkseweg-Zuid, de Noord Houdringelaan, het Noord-Houdringebos en de Boslaan. Het kreeg de naam Park Overbosch, waarin de Overboslaan en de Parklaan werden gerealiseerd. De naamgeving van deze lanen vond plaats tijdens de raadsvergadering van 15 december 1920. Langs die lanen werden kleinere villa's gerealiseerd, waarvan er diverse gebouwd werden door W.S. van der Sterre. De later aangelegde Hoflaan, die op 29 februari 1932 werd benoemd, behoort ook tot Park Overbosch.
Nadien werden er geen nieuwe villaparken ontwikkeld. Wel werden de bestaande verdicht en ook werden er op andere plekken in De Bilt en Bilthoven nadien nog diverse markante villa's gebouwd, bijvoorbeeld Gaudeamus, gelegen aan de Gerard Doulaan 21 en de door Gerrit Rietveld ontworpen villa's gelegen aan de Groenekanseweg 33 en de Wagnerlaan 21.
Bronnen